
Foto: Doğan Alpaslan Demir via Pexels.
Wil je aardappelen bewaren zodat ze niet uitlopen? Zet ze dan op een koele, donkere en droge plek met voldoende lucht. Bewaar ze liever niet in een afgesloten plastic zak en houd ze uit de buurt van warmte en fel licht. Met een paar eenvoudige gewoontes blijven aardappelen langer stevig en voorkom je onnodige verspilling.
De juiste bewaarplek is belangrijk, maar ook de staat van de aardappelen speelt mee. Beschadigde, vochtige of al zachte aardappelen gaan sneller achteruit. Controleer je voorraad daarom regelmatig en haal slechte exemplaren er op tijd uit.
De beste plek voor aardappelen
Aardappelen voelen zich het prettigst op een donkere plek die koel is, maar niet ijskoud. Een voorraadkast, kelderkast of koele berging kan geschikt zijn. Kies een plek waar de temperatuur zo stabiel mogelijk blijft. Schommelingen door een warme keuken, zonlicht of een radiator kunnen de kwaliteit sneller verminderen.
Donkerte is vooral belangrijk omdat licht groene plekken kan veroorzaken. Ook kunnen aardappelen in het licht sneller uitlopen. Een gesloten kast werkt daarom beter dan een open schaal op het aanrecht. Staat je voorraad in een lichte ruimte, kies dan voor een niet-doorzichtige bak of zak.
De plek moet daarnaast droog zijn. Vocht blijft gemakkelijk hangen in een afgesloten verpakking en kan schimmel of rot in de hand werken. Bewaar aardappelen daarom niet naast een lekkende kraan, op een vochtige vloer of tegen een koude muur waar condens ontstaat.
Gebruik een luchtige verpakking
Bewaar aardappelen bij voorkeur in een papieren zak, juten zak, open krat of mand. Zo kan de lucht rond de aardappelen bewegen. Een plastic zak zonder ventilatie houdt vocht vast en is daardoor minder geschikt voor langere bewaring.
Een netzak kan ook werken, zolang de aardappelen op een donkere plek liggen. Let er wel op dat je de verpakking niet te vol stopt. In een grote, dicht opeengepakte voorraad merk je beschadigingen minder snel. Bovendien kan één rotte aardappel de rest aantasten.
Gebruik je een krat of mand, leg de aardappelen dan losjes neer. Een dunne laag maakt het makkelijker om te controleren of er zachte of beschimmelde exemplaren tussen zitten. Heb je meerdere soorten of verpakkingen, houd ze dan zo veel mogelijk apart.
Aardappelen bewaren zodat ze niet uitlopen
Uitlopers ontstaan meestal sneller wanneer aardappelen warm, licht of te lang worden bewaard. Je kunt het uitlopen niet altijd helemaal voorkomen, maar je vertraagt het wel met de juiste omstandigheden.
- Bewaar aardappelen donker en uit de buurt van direct zonlicht.
- Kies een koele plek zonder grote temperatuurwisselingen.
- Houd ze droog en zorg voor ventilatie rond de aardappelen.
- Koop geen grotere hoeveelheid dan je binnen afzienbare tijd gebruikt.
- Controleer de voorraad regelmatig en haal slechte aardappelen weg.
Was aardappelen pas vlak voordat je ze gaat gebruiken. Door ze vooraf te wassen, voeg je vocht toe aan de schil. Dat maakt ze minder geschikt om langere tijd te bewaren. Heb je aardappelen toch gewassen, laat ze dan goed drogen en gebruik ze liever eerder.
Kun je aardappelen in de koelkast bewaren
De koelkast is meestal niet de eerste keuze voor gewone aardappelen. De koude omgeving kan invloed hebben op de smaak en structuur. Een donkere, koele voorraadplek buiten de koelkast is daarom vaak praktischer.
Heb je aardappelen geschild of gesneden, dan is de situatie anders. Die kun je niet op dezelfde manier als ongeschilde aardappelen bewaren. Doe ze in een afgesloten bak in de koelkast en gebruik ze op korte termijn. Volg daarbij ook de aanwijzingen op de verpakking als het om voorgesneden aardappelen gaat.
Gekookte aardappelen horen wel in de koelkast wanneer je ze wilt bewaren. Laat ze eerst afkoelen zonder ze lang op kamertemperatuur te laten staan. Bewaar ze daarna afgedekt en gebruik ze zo snel mogelijk. De bewaartijd hangt onder meer af van hoe snel ze zijn afgekoeld en hoe schoon je hebt gewerkt.
Wat doe je met aardappelen die uitlopen
Een aardappel met een klein uitlopertje is niet automatisch onbruikbaar. Controleer eerst de hele aardappel. Is hij nog stevig, ruikt hij normaal en zitten er alleen kleine uitlopers op? Dan kun je de uitlopers ruim wegsnijden en de aardappel daarna schillen. Gebruik hem vervolgens bij voorkeur snel.
Gooi een aardappel weg wanneer hij zacht, sterk verschrompeld, beschimmeld of onaangenaam ruikend is. Ook een aardappel met veel uitlopers en een slappe structuur kun je beter niet meer gebruiken. De kwaliteit is dan duidelijk achteruitgegaan.
Snijd groene plekken niet zomaar oppervlakkig weg. Een groene verkleuring is een teken dat de aardappel aan licht is blootgesteld. Zijn de groene delen klein, dan kun je ze ruim verwijderen tijdens het schillen. Bij een aardappel die grotendeels groen of duidelijk bitter is, is weggooien de veiligste keuze.
Waarom aardappelen soms snel zacht worden
Zachte aardappelen zijn vaak te lang bewaard of hebben op een warme plek gelegen. Ook beschadigingen kunnen ervoor zorgen dat een aardappel sneller vocht verliest. Een klein deukje of sneetje lijkt misschien onschuldig, maar het kan het begin zijn van rot.
Leg daarom nieuwe aardappelen niet zonder controle boven op een oude voorraad. Kijk eerst wat er al ligt en gebruik de oudste aardappelen als eerste. Dat eenvoudige principe helpt om te voorkomen dat een deel van je voorraad ongemerkt blijft liggen.
Gooi niet meteen de hele zak weg als één aardappel slecht is. Haal het slechte exemplaar eruit en bekijk de rest zorgvuldig. Voelen andere aardappelen stevig aan en zien ze er goed uit, dan kun je ze gewoon blijven gebruiken. Maak de bak of mand daarna schoon en droog voordat je de goede aardappelen teruglegt.
Zo controleer je je voorraad
Een korte controle per week is meestal voldoende. Voel voorzichtig of aardappelen nog stevig zijn en kijk naar vochtige plekken, schimmel, verkleuringen en uitlopers. Je hoeft niet elke aardappel uitgebreid te bekijken. Een snelle controle voorkomt wel dat een probleem zich door de hele voorraad verspreidt.
Let ook op de geur. Een frisse aardappelgeur is normaal. Ruikt de zak muf of onaangenaam, controleer dan extra goed of er zachte of rotte aardappelen tussen zitten. Bewaar aardappelen bij voorkeur niet in dezelfde afgesloten bak als uien. Beide producten kunnen de lucht in de bak vochtig maken en hebben niet dezelfde ideale bewaaromstandigheden.
Veelgemaakte fouten bij aardappelen bewaren
De aardappelen in het zonlicht laten staan
Een schaal met aardappelen op het aanrecht staat misschien handig, maar is niet ideaal als daar veel daglicht komt. Door het licht kunnen aardappelen sneller groen worden en uitlopen. Zet de schaal liever in een donkere kast of kies voor een ondoorzichtige verpakking.
De zak helemaal afsluiten
Een afgesloten plastic zak lijkt handig tegen rommel, maar houdt ook vocht vast. Daardoor kunnen aardappelen sneller gaan zweten en bederven. Kies een verpakking die lucht doorlaat en sluit een voorraadkast niet af van ventilatie.
Te veel tegelijk kopen
Een grote zak lijkt voordelig, maar dat voordeel verdwijnt als je een deel moet weggooien. Koop een hoeveelheid die past bij je eetpatroon en controleer eerst wat je al in huis hebt. Zo houd je de voorraad overzichtelijk.
Beschadigde aardappelen tussen de goede laten liggen
Een gekneusde of ingesneden aardappel verdient extra aandacht. Gebruik hem snel of leg hem apart. Zo kun je de rest van de voorraad beter beschermen en zie je sneller wanneer een aardappel niet meer goed is.
Zo verspil je minder aardappelen
Plan je maaltijden rond de aardappelen die als eerste op moeten. Een paar aardappelen met kleine uitlopers kun je bijvoorbeeld schillen en gebruiken in een stamppot, soep of ovengerecht, zolang ze nog stevig zijn en je verdachte delen ruim verwijdert.
Bewaar ook restjes bewust. Gekookte aardappelen kun je verwerken in een salade, gebakken aardappelen of een eenvoudige maaltijd met groenten. Laat restjes niet achter in een pan op het fornuis, maar koel ze af en zet ze afgedekt in de koelkast.
Meer algemene ideeën om eten beter te gebruiken vind je in het artikel Wat kan ik doen om minder voedsel te verspillen?.
Wanneer zijn aardappelen niet meer geschikt
Gebruik je zintuigen als belangrijkste controle. Een aardappel die stevig is, er normaal uitziet en fris ruikt, is meestal nog bruikbaar. Wees voorzichtig met aardappelen die zacht, vochtig, beschimmeld, sterk groen of onaangenaam ruikend zijn.
Bij twijfel hoef je geen risico te nemen. Een aardappel vervangen is eenvoudiger dan proberen een duidelijk bedorven exemplaar te redden. Door kleine hoeveelheden te kopen, je voorraad donker en droog te bewaren en regelmatig te controleren, blijven aardappelen langer bruikbaar zonder dat je onnodig veel weggooit.